Samenvatting
De deontologische code voor lokale mandatarissen is het geheel van beginselen, gedragsregels, richtlijnen en principes dat de lokale mandatarissen tot leidraad dient bij de uitoefening van hun mandaat en bij dienstverlenende activiteiten ten behoeve...
Volledige tekst
De deontologische code voor lokale mandatarissen is het geheel van beginselen, gedragsregels, richtlijnen en principes dat de lokale mandatarissen tot leidraad dient bij de uitoefening van hun mandaat en bij dienstverlenende activiteiten ten behoeve van de bevolking. Het is een algemene leidraad voor lokale mandatarissen om deontologisch zorgvuldig te kunnen handelen bij de uitoefening van het mandaat. Als gevolg van een wijziging in het decreet lokaal bestuur werd met het oog tot de oprichting van een deontologische commissie op 26 juni 2023 de deontologische code aangepast. Bij de aanvang van de nieuwe legislatuur is het aangewezen de deontologische commissie opnieuw samen te stellen. De deontologische commissie bestaat uit 8 leden: de voorzitter van de gemeenteraad / raad voor maatschappelijk welzijn die ook voorzitter van de deontologische commissie is, de burgemeester, de 1ste schepen en één lid per fractie. De voorzitter kan zelf een plaatsvervanger aanduiden. Voor de andere leden wordt waar mogelijk een plaatsvervanger voorzien.
Naar aanleiding van de start van de nieuwe legislatuur is het aangewezen om de deontologische commissie opnieuw samen te stellen. Er wordt voorgesteld om een evenredige vertegenwoordiging te voorzien conform de samenstelling van de gemeenteraad maar uiteraard rekening houdend met de decretale verplichtingen, zijnde een gegarandeerde vertegenwoordiging van iedere fractie. Hiertoe dient artikel 12 van de deontologische code gewijzigd worden.
Artikel 39 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 Beslissing van de gemeenteraad van 27 januari 2020 tot goedkeuring van de deontologische code voor mandatarissen Beslissing van de gemeenteraad van 26 juni 2023 tot oprichting van de deontologische commissie
BESLUIT: met eenparigheid. Artikel 1 De deontologische code voor mandatarissen wordt als volgt vastgesteld: DEONTOLOGISCHE CODE VOOR MANDATARISSEN Artikel 1 - Toepassingsgebied en definities De deontologische code is van toepassing op de lokale mandatarissen. Voor de stad worden hieronder begrepen: de voorzitter van de gemeenteraad, de gemeenteraadsleden, de burgemeester, de schepenen. Voor het OCMW worden hieronder begrepen: de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn, de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn, de voorzitter van het vast bureau, de leden van het vast bureau, de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst. De deontologische code is bij uitbreiding eveneens van toepassing op de eventuele medewerkers van de lokale mandatarissen, welke ook hun statuut of hoedanigheid is (kabinetsmedewerkers) en op vertrouwenspersonen. Lokale mandatarissen die namens de stad/het OCMW andere mandaten bekleden, zijn in die hoedanigheid eveneens ertoe gehouden de bepalingen van de deontologische code na te leven. Dit geldt zowel voor de mandaten die rechtstreeks in verband staan met hun ambt als voor alle hiervan afgeleide mandaten. De lokale mandatarissen zullen er tevens over waken dat zij, ook buiten hun politieke mandaten en activiteiten, geen dienstverlenende activiteiten ontplooien die de eer en de waardigheid van hun mandaat kunnen schaden. Indien een mandaat namens de stad/het OCMW wordt opgenomen door een extern persoon, dus niet vermeld onder de eerste paragraaf van dit artikel, zal bij diens aanstelling gevraagd worden deze deontologische code te onderschrijven. Onder de in onderhavige code gehanteerde begrippen "burger" en "bevolking" wordt niet alleen begrepen personen, doch ook groepen, verenigingen, bedrijven en andere organisaties of entiteiten die particuliere belangen nastreven of behartigen. Deze deontologische code is een interne regeling in aanvulling op de wettelijke vastgestelde regels. Mandatarissen zijn aanspreekbaar op de naleving van deze code. Artikel 2 Algemeen belang Ook voor mandatarissen is het algemeen belang van de stad/OCMW Torhout belangrijker dan het particuliere belang van wie dan ook. De eer en de waardigheid van het mandaat komen in het gedrang als een mandataris handelt in strijd met het algemeen belang van de stad/OCMW Torhout en als hij of zij zichzelf of een ander persoonlijk voordeel wil toekennen ten koste van de stad. Ook buiten hun politieke activiteiten houden mandatarissen rekening met de eer en waardigheid van hun mandaat. Artikel 3 - Bekendheid bij de burgers De stad/OCMW Torhout heeft zich verplicht om een overzicht van alle lokale mandatarissen voor de burgers te publiceren op de website en dit overzicht actueel te houden. Het overzicht bevat de namen, gegevens van de fractie waartoe elke mandataris behoort, de functies in het stadsbestuur en de officiële contactgegevens. Voor wervende teksten over hun dienstverlenende activiteiten gebruiken de mandatarissen hun eigen politieke communicatiemiddelen. Artikel 4 - Verhouding tot de burgers, discretie Mandatarissen kunnen vrijelijk informatie van burgers krijgen en aan het stadsbestuur doorgeven, of openbare informatie van en over de stad aan burgers verstrekken. Ze kunnen burgers doorverwijzen naar de juiste instanties bij het stadsbestuur en hen raad geven. Ze kunnen burgers helpen bij de administratieve aspecten van hun zaken. Ze kunnen ook klachten van burgers ontvangen. Lokale mandatarissen hebben een algemene discretieplicht. Zij gaan op discrete en voorzichtige wijze om met informatie die hen toekomt in de uitoefening van hun functie. Bepaalde informatie kan bij wet of andere regelgeving geheim zijn. Een lokale mandataris is gebonden door het beroepsgeheim wanneer hij/zij door zijn/haar functie kennis krijgt van geheimen die door personen aan de stad/OCMW zijn toevertrouwd. Dit soort informatie houden mandatarissen dan ook geheim voor iedereen die er geen kennis van mag nemen; ook nadat hun mandaat afgelopen is. Naast het strenge beroepsgeheim geldt eveneens een geheimhoudingsplicht voor lokale mandatarissen. Deze plicht beschermt wat besproken wordt tijdens een besloten vergadering (feiten, meningen, overwegingen,...). De stad/OCMW Torhout beschikt over een aantal diensten en procedures om burgers van informatie te voorzien, burgers te helpen met de indiening en behandeling van hun dossiers en klachten van burgers in ontvangst te nemen en erop te reageren. Mandatarissen verwijzen de burgers die zich tot hen wenden naar deze diensten en procedures. Ze kunnen voorafgaand aan hun advies aan de burger, eerst zelf informatie inwinnen over de algemene gang van zaken. De lokale mandatarissen staan op dezelfde gewetensvolle manier ten dienste van alle burgers die op hun dienstverlening een beroep wensen te doen, zonder onderscheid naar geslacht, ras, afstamming, sociale status, nationaliteit, filosofische en/of religieuze overtuiging, ideologische of politieke voorkeur of persoonlijke gevoelens. Artikel 5 - Voorzichtig met tussenkomsten, correctheid Een lokale mandataris gaat actief en uit zichzelf alle vormen van belangenvermenging, en zelfs de schijn ervan, tegen. Een lokale mandataris neemt geen deel aan de bespreking en de stemming wanneer er sprake is van een beslissing waarbij belangenvermenging speelt. Hij/zij zorgt er ook voor dat er geen enkele beïnvloeding is tijdens de andere fases van de besluitvorming. Het is voor mandatarissen verboden deel te nemen aan de bespreking en de stemming: 1° over aangelegenheden waarin zij een rechtstreeks belang hebben, hetzij persoonlijk, hetzij als vertegenwoordiger, of waarbij de echtgenoot, of bloed of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben. Dat verbod strekt niet verder dan de bloed- en aanverwanten tot de tweede graad als het gaat om de voordracht van kandidaten, benoemingen, afzettingen en schorsingen. Voor de toepassing van deze bepaling worden personen die wettelijk samenwonen, met echtgenoten gelijkgesteld; 2° over de vaststelling of goedkeuring van de jaarrekening van een instantie waaraan zij rekenschap verschuldigd zijn of waarvan zij tot het uitvoerend orgaan behoren. Deze bepaling is niet van toepassing op de mandatarissen die zich in bovenvermelde omstandigheden bevinden louter op grond van het feit dat zij als vertegenwoordigers van de gemeente zijn aangewezen in andere rechtspersonen. Het is voor de mandatarissen eveneens verboden rechtstreeks of onrechtstreeks een overeenkomst te sluiten of deel te nemen aan een opdracht voor aanneming van werken, levering of diensten, verkoop of aankoop voor de gemeente of de gemeentelijk extern verzelfstandigde agentschappen. Zij onthouden zich van tussenkomsten ter sturing van individuele dossiers. Tussenkomsten kunnen aldus enkel in het kader van het algemeen belang. Zij wekken ook niet de indruk dat een goede afloop in een individueel dossier aan hun tussenkomst zou te danken zijn. Indien de mandatarissen een persoonlijke betrokkenheid bij een dossier hebben, leggen zij de nodige gereserveerdheid aan de dag en houden steeds het algemeen belang voor ogen. Ze laten de mededeling aan de belanghebbende over de uitkomst van een behandeling over aan het stadsbestuur. In politieke propaganda of campagnes wordt niet verwezen naar afgewerkte individuele dossiers. Tussenkomsten ten bate van sollicitanten bij stedelijke diensten of afdelingen, of ten bate van promoties van ambtenaren, zijn niet toegestaan. Mandatarissen verwijzen geïnteresseerde personen naar de juiste procedures of diensten. Mandatarissen zullen geen invloed of druk uitoefenen, of die indruk geven, bij de ambtenaren in de afhandeling van dossiers. Artikel 6 - Kennis van zaken Mandatarissen mogen alle informatie inwinnen over alle taken en bevoegdheden, alle selectiecriteria, examens en procedures voor alle betrekkingen bij het stadsbestuur. Zij mogen het openbaar gedeelte van deze informatie vrijelijk doorgeven aan iedere geïnteresseerde. Mandatarissen mogen alle openbare informatie inwinnen en doorgeven over alle huidige en komende vacatures bij het stadsbestuur. Artikel 7 - Controle op de gang van zaken Het behoort tot de taak van mandatarissen om toe te zien op het correcte verloop van alle procedures bij het stadsbestuur. Mandatarissen zijn alert op de objectiviteit van de procedures en op de afwezigheid van beïnvloeding. Mandatarissen kunnen steeds informatief de stand van zaken in een dossier opvragen bij de algemeen directeur na afspraak. Vragen worden steeds schriftelijk ingediend bij voorkeur via e-mail (stadssecretariaat@torhout.be). Artikel 8 - Voorkennis Mandatarissen kunnen bij de uitoefening van hun mandaat kennis krijgen van vertrouwelijke informatie. Die vertrouwelijke informatie kan voor anderen een grote waarde hebben. Mandatarissen verstrekken vertrouwelijke informatie, waardevol of niet, nooit aan anderen zolang het stadsbestuur die nog niet officieel openbaar heeft gemaakt. Dit kan vooral belangrijk zijn in de voorbereidingsfase van dossiers vóór de beleidsbeslissing is genomen. Artikel 9 Integriteit De lokale mandatarissen zijn niet uit op enig persoonlijk gewin, anders dan het verwerven en in stand houden van politiek draagvlak en het vertrouwen van kiezers. Zij weigeren elke tegenprestatie voor hun dienstbetoon en zij vragen er niet om. In die zin hebben mandatarissen een voorbeeldfunctie te vervullen. Fraude en corruptie kunnen grote schade toebrengen aan de stad/OCMW Torhout, aan haar financiële belang, aan haar imago en aan de democratie. Mandatarissen bestrijden fraude en corruptie dan ook met alle mogelijke middelen. Ze zijn alert als er mogelijkheden voor fraude en corruptie ontstaan en ze geven vermoedens of constateringen van fraude en corruptie onmiddellijk door aan de procureur des Konings. Raadsleden richten zich tot elkaar, de burgers, de leden van het college, het vast bureau en de leden van het bijzonder comité, de algemeen directeur en andere personeelsleden op een respectvolle wijze en dit zowel verbaal, non-verbaal als schriftelijk, inclusief de elektronische communicatie. Mandatarissen gebruiken de middelen, materialen en faciliteiten die de stad hen ter beschikking stelt, alleen voor de uitoefening en in het kader van hun mandaat. Ze springen hier zuinig mee om en beheren deze middelen en faciliteiten volgens het principe van de goede huisvader. Ze verantwoorden ook alle voor rekening van de stad/OCMW Torhout gemaakte kosten. Ze houden zich hierbij aan de regels over onkostenvergoeding zoals vastgesteld in het huishoudelijk reglement. Artikel 10 - Onafhankelijkheid en sociaal netwerk Mandatarissen beschikken normaal gesproken over een goed netwerk dat hen ondersteunt bij de uitoefening van hun mandaat. Contacten met burgers, bedrijven, verenigingen en instellingen zijn van groot belang voor het stadsbestuur. Mandatarissen zijn geheel vrij om zich in hun netwerken te bewegen en deel te nemen aan alle sociale activiteiten naar hun keuze. Ze zijn zich er alleen terdege van bewust dat het aannemen van geschenken van derden, of van uitnodigingen voor bijzondere gebeurtenissen, de schijn van partijdigheid kan wekken en zij doen er alles aan om die schijn weg te nemen of te voorkomen. Bovendien aanvaarden ze geschenken alleen onder strikte voorwaarden: ze gebeuren in het openbaar, ze vertegenwoordigen een geringe materiële waarde en ze verplichten hen tot geen enkele gunst of wederdienst. Wanneer dergelijke giften of uitnodigingen worden aangevoeld als niet meer bespreekbaar te zijn met collega's wordt hoogstwaarschijnlijk de grens van het toelaatbare overschreden. Mandatarissen die namens de stad optreden, in enigerlei bestuurlijke functie, kunnen aan derden geschenken geven of derden voor activiteiten uitnodigen namens de stad, mits hierbij elke schijn van partijdigheid of belangenvermenging wordt vermeden. Artikel 11 - Naleving en handhaving van de deontologische code De gemeenteraad/de raad voor maatschappelijk welzijn ziet erop toe dat de fracties en de individuele lokale mandatarissen volgens de deontologische code handelen. Er zijn verschillende fasen te onderscheiden die spelen bij het toezien op de naleving van de deontologische code, namelijk: het voorkomen van mogelijke schendingen het signaleren van vermoedens van schendingen van de deontologische code het eventueel onderzoeken van vermoedens van schendingen van de deontologische code het eventueel zich uitspreken over schendingen van de deontologische code Artikel 12 - Oprichting deontologische commissie De gemeenteraad /raad voor maatschappelijk welzijn richt een deontologische commissie op. De deontologische commissie bestaat uit 8 leden. Ze bestaat uit: de voorzitter van de gemeenteraad / raad voor maatschappelijk welzijn de burgemeester de eerste schepen 1 lid per fractie Onafhankelijke raadsleden vormen geen fractie en zijn niet vertegenwoordigd in de deontologische commissie. De voorzitter van de gemeenteraad / raad voor maatschappelijk welzijn wordt aangeduid als voorzitter van de deontologische commissie. Hij/zij kan zich laten vervangen en duidt hiertoe zelf een vervanger aan. Elke fractie wijst het mandaat in de commissie toe met een voordracht gericht aan de voorzitter van de gemeenteraad / de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn. Indien de raadsvoorzitter voordrachten ontvangt voor meer dan één fractielid als lid van de commissie, dan beslist de raad. Bij deze voordracht wordt tevens een plaatsvervanger aangeduid die het commissielid vervangt bij afwezigheid of wanneer die betrokken partij is. Een plaatsvervanger is een raadslid voorgedragen door dezelfde fractie, tenzij de fractie maar één lid telt. In dat geval kan ook een raadslid van een andere fractie voorgesteld worden. Een fractie kan tijdens de bestuursperiode steeds beslissen een ander lid en/of één of meer plaatsvervangers voor te dragen. De burgemeester en de eerste schepen kunnen zich in geval van afwezigheid of wanneer die betrokken partij is, eveneens laten vervangen door een plaatsvervanger, met name een ander lid van het college van burgemeester en schepenen. Gaat het om een mogelijke schending van de code door de voorzitter van de commissie, dan wordt tijdens de hele procedure daarover de voorzitter vervangen conform art. 7, §5, derde lid van het decreet over het lokaal bestuur. Gaat het om een mogelijke schending van de code door een lid van de commissie, dan wordt tijdens de hele procedure daarover het lid vervangen door een plaatsvervanger. Artikel 13 - Werking van de deontologische commissie De voorzitter van de deontologische commissie is verantwoordelijk voor de oproeping en stelt de agenda op. De commissie wordt bijeengeroepen wanneer dat nodig is conform art. 17 van deze code. De voorzitter is daarenboven gehouden de commissie bijeen te roepen op aanvraag van minstens een vierde van haar leden. De oproepingen vermelden in elk geval de plaats, de dag, het tijdstip en de agenda van de vergadering en worden tenminste 8 dagen voor de vergadering aan de leden bezorgd. In geval van hoogdringendheid, te beoordelen door de voorzitter, wordt de bijeenroeping tenminste 3 dagen voor de vergadering bezorgd. De agendapunten moeten voldoende duidelijk omschreven zijn. Voor elk agendapunt wordt het dossier dat erop betrekking heeft, ter beschikking van de leden van de commissie gesteld vanaf de verzending van de agenda. De bezorging van de oproeping, de agenda en de dossiers gebeurt op dezelfde wijze als dat gebeurt in de raad, met als verschil dat enkel de leden van de deontologische commissie deze oproeping, agenda en dossiers ontvangen. De vergaderingen van de deontologische commissie zijn niet openbaar. De leden van de commissie werken volgens volgende principes: De handhaving is onpartijdig. Men is terughoudend met publiciteit. Men gaat zorgvuldig om met de vermeende schender. Artikel 14 - Bevoegdheden van de commissie De commissie is bevoegd voor: Het formuleren van een gemotiveerd advies aan de raad over het vermoeden van een schending van deze code door personen die door deze code gevat worden zoals voorzien in de procedure van art. 16 tot 18 van deze code. Het geven van adviezen en aanbevelingen aan de raad over de inhoud van deze code met het oog op het bijsturen ervan. Dat kan op eigen initiatief van de commissie of minstens één keer per bestuursperiode op vraag van de raad conform art. 19 van deze code. Artikel 15 Het voorkomen van mogelijke schendingen Wanneer een lokale mandataris twijfelt of een handeling die hij/zij wil verrichten een overtreding van de code zou kunnen zijn, wint het lid hierover advies in bij de algemeen directeur of het personeelslid dat door de algemeen directeur daartoe werd aangewezen. Wanneer een lokale mandataris twijfelt over een nog niet uitgevoerde handeling van een andere lokale mandataris, dan waarschuwt hij/zij die persoon. De lokale mandataris verwoordt de twijfels en verwijst de betrokkene zo nodig door naar de algemeen directeur of het personeelslid dat door de algemeen directeur daartoe werd aangewezen. Artikel 16 - Het signaleren van vermoedens van schendingen Wanneer een lokale mandataris vermoedt dat een regel van de deontologische code is overtreden door een andere lokale mandataris, dan kan hij/zij hiervan melding maken bij de algemeen directeur of het personeelslid dat door de algemeen directeur daartoe werd aangewezen. Indien na het gesprek met de algemeen directeur (of het personeelslid dat door de algemeen directeur daartoe werd aangewezen) het vermoeden van een schending blijft bestaan, meldt de lokale mandataris dit aan de voorzitter van de gemeenteraad/de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en aan de algemeen directeur die samen een vooronderzoek doen. De algemeen directeur kan een personeelslid aanwijzen om dat in zijn/haar plaats te doen. Artikel 17 - Het onderzoeken van vermoedens van schendingen Wanneer de raadsvoorzitter en de algemeen directeur (of het daartoe aangewezen personeelslid) besluiten dat de melding onontvankelijk is dan betekent dit meteen het einde van de procedure die gestart werd naar aanleiding van dit vermoeden. De commissieleden worden hierover geïnformeerd. Is de melding ontvankelijk dan onderzoekt de commissie ten gronde en roept de voorzitter van de deontologische commissie de commissie bijeen binnen de dertig dagen na de melding. De periode van dertig dagen wordt geschorst van 11 juli tot en met 15 augustus. De commissie onderzoekt de melding en geeft zowel de melder als de vermeende schender de kans zich te laten horen. Ook mogelijke getuigen kunnen gehoord worden. Niemand kan daartoe verplicht worden. Na het horen van betrokkenen bespreekt de commissie het vermoeden van schending en wordt een gemotiveerd advies overgemaakt aan de gemeenteraad /de raad voor maatschappelijk welzijn. Artikel 18 - Het zich uitspreken over schendingen Enkel de gemeenteraad/de raad voor maatschappelijk welzijn kan zich uitspreken of een mandataris van de gemeente/het OCMW een schending heeft begaan. Dat kan op basis van het gemotiveerd advies van de deontologische commissie. Als de raad beslist om af te wijken van het advies dan moet de vermeende schender de kans krijgen om door de raad zelf gehoord te worden vooraleer de raad ten gronde besluit. Wanneer de gemeenteraad/de raad voor maatschappelijk welzijn vaststelt dat deze code geschonden werd door een mandataris van de gemeente/het OCMW, dan kan de raad: zich uitdrukkelijk distantiëren van het gedrag van een raadslid. vragen dat het raadslid zich verontschuldigt. beslissen een melding te doen bij het parket of Audit Vlaanderen. bij een kennelijk wangedrag of grove nalatigheid van of door de burgemeester, een schepen of de raadsvoorzitter / de voorzitter of een lid van het vast bureau, de voorzitter of een lid van het bijzonder comité of de raadsvoorzitter een dossier overmaken aan de Vlaamse regering zodat die een tuchtonderzoek kan instellen. Artikel 19 Evalueren van de deontologische code Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert de raad de deontologische code. De raad vraagt daarvoor eerst advies aan de deontologische commissie. Daarbij wordt o.a. bekeken of de code nog actueel is, nog goed werkt en of ze nageleefd wordt. BIJLAGE GRADEN VAN BLOED- EN AANVERWANTSCHAP Graden van bloedverwantschap Bloedverwanten zijn in de: Eerste graad (adoptie) ouders; (adoptie) kinderen. Tweede graad grootouders; kleinkinderen; broers en zussen. Derde graad overgrootouders; achterkleinkinderen; neven en nichten (kinderen van broers of zussen); ooms en tantes (broers of zussen van de ouders). Vierde graad betovergrootouders; achterneven en achternichten (kleinkinderen van broers of zussen); neven en nichten (kinderen van broers of zussen van de ouders); oudooms en oudtantes (ooms en tantes van de ouders). Graden van aanverwantschap Uw aanverwanten zijn in de: Eerste graad (adoptie)ouders van uw partner; (adoptie) kinderen van uw partner; partner van uw (adoptie) kinderen (schoonzoon of schoondochter). Tweede graad grootouders van uw partner; kleinkinderen van uw partner; broers en zussen van uw partner. Derde graad overgrootouders van uw partner; achterkleinkinderen van uw partner; neven en nichten van uw partner (kinderen van broers of zussen); ooms en tantes van uw partner (broers of zussen van de ouders). Vierde graad betovergrootouders van uw partner; achterneven en achternichten (kleinkinderen van broers of zussen) van uw partner; neven en nichten (kinderen van broers of zussen van ouders) van uw partner; oudooms en oudtantes (oom of tante van ouders) van uw partner. Artikel 2 De deontologische code vervangt de deontologische code zoals goedgekeurd op de gemeenteraad van 23 juni 2023 waardoor die wordt opgeheven. Artikel 3 §1- Conform artikel 12 van de deontologische code wordt de deontologische commissie voor de legislatuur 2025-2030 als volgt samengesteld: De voorzitter van de gemeenteraad / raad voor maatschappelijk welzijn De burgemeester De 1ste schepen Voor CD&V: 1 lid Voor N-VA: 1 lid Voor Vooruit: 1 lid Voor Groen: 1 lid Voor Trots op Torhout: 1 lid §2 Onder meer op voordracht van de fracties wordt de deontologische commissie als volgt samengesteld: De voorzitter van de deontologische commissie: De voorzitter van de gemeenteraad / raad voor maatschappelijk welzijn Hilde Crevits die zich laat vervangen door raadslid Bart Naeyaert De leden van de deontologische commissie: De burgemeester Kristof Audenaert, met als plaatsvervanger schepen Hans Blomme De 1ste schepen Lieselotte Denolf, met als plaatsvervanger schepen Joost Cuvelier Voor CD&V: Kris Defreyne met als plaatsvervanger Fien Moeyaert Voor N-VA: Eva Maes met als plaatsvervanger Bert Seurynck Voor Vooruit: Rik Hoste met als plaatsvervanger Vanessa Jodts Voor Groen: Bertrand Vander Donckt Voor Trots op Torhout: Ilja Wostyn
Stemgedrag
Toon namen en foto's
Annick Vanderspurt
Bart Naeyaert
Bertrand Vander Donckt
Delphine Levrouw
Dylan Bauwens
Elsie Desmet
Eva Maes
Heleen Bartsoen
Ilja Wostyn
Ine Debruyne
Joost Cuvelier
Kris Defreyne
Kristof Audenaert
Lieselotte Denolf
MV
Mieke Verduyn
Peter Blondeel
Philip Pauwels
Pieter Billiet
Rik Hoste
Sandy Vanparys
Steve Becelaere
Vanessa Jodts
Wouter Teerlinck